Onderzoeken over laagfrequente whole-body elektrostimulatie.

  • Universiteit van Bayreuth 2002

    Whole body electro-musculaire stimulatie (EMS training) voor rugaandoeningen

    Whole body electro-musculaire stimulatie (EMS training) voor rugaandoeningen

    (BOECKH-Behrens, W.-U. / GRÜTZMACHER, N. / SEBELEFSKY, J., niet-gepubliceerd proefschrift aan de Universiteit van Bayreuth, 2002).

    Doel van de studie
    Het doel van deze studie was om de effecten van uitgebreide EMS-training op rugaandoeningen te onderzoeken.

    Methodologie
    49 werknemers aan de universiteit van Bayreuth met rugklachten, 31 vrouwen en 18 mannen van gemiddeld 47 jaar, namen vrijwillig deel aan het onderzoek. De frequentie en intensiteit van de rugklachten evenals de algemene klachtensituatie, stemming, vitaliteit, lichaamsstabiliteit en lichaamsvorm waren aan de hand van vooraf vastgestelde vragenlijsten bepaald. 10 sessies EMS training, twee keer per week met een duur van 45 minuten, werden uitgevoerd met de volgende trainingparameters: pulsduur 4 s, pulsinterval 2 s, frequentie 80 Hz, stijgtijd 0 s, pulsbreedte 350 s. . Tijdens dit proces volgde steeds een periode van ongeveer 25 minuten training op een gewenningstijd van 10-15 minuten om de individuele pulssterkte aan te passen. De trainingsperiode werd afgesloten met een vijf minuten durend ontspanningsprogramma met een pulsduur van 1 s, een pulsinterval 1 s, een frequentie van 100 Hz, een stijgtijd van 0 s en een pulsbreedte van 150 s.

    Resultaten
    88,7% van de proefpersonen zagen een vermindering van rugklachten, met een significante verlichting van de klachten in 38,8% van de gevallen. Een lichte verbetering van de algemene klachten werd gemeten in 41,9% van de gevallen. Gedurende het tijdsbestek van de training vond er eveneens een scherpe daling in de frequentie en de intensiteit van de klachten plaats.
    Bovendien leidde de EMS-training tot de volgende algemene effecten: 61,4% van de personen meldde een verbetering van hun algemene klachten, 75,5% zag een verbetering van hun gemoedstoestand, 69,4% registreerde een toegenomen vitaliteit, 57,1% van de mannen en 85,7% van de vrouwen ervoer een verbeterde lichaamsstabiliteit, 50% van de proefpersonen bemerkte positieve effecten op hun figuur, en 75,5% voelde zich na de training meer ontspannen.

    Conclusie
    Whole body EMS-training bestrijdt rugkwalen, een veel voorkomende aandoening, zeer effectief. De stroom bereikt kennelijk de dieper gelegen spieren die bij het gebruik van conventionele trainingsmethoden moeilijk bereikt kunnen worden. De speciale whole body EMS-training vormt een tijdbesparende, zeer effectieve allround training die ingrijpende, positieve effecten op de gezondheid oplevert. Tegelijkertijd worden zowel therapeutische als preventieve doelstellingen bereikt.

  • Universiteit van Bayreuth 2002

    Electro-musculaire stimulatie (EMS) van het totale lichaamsspierstelsel - Een innovatieve methode om urine-incontinentie te verlichten

    Electro-musculaire stimulatie (EMS) van het totale lichaamsspierstelsel - Een innovatieve methode om urine-incontinentie te verlichten

    (BOECKH-Behrens W.-U./SCHÄFFER, G., niet-gepubliceerd proefschrift aan de Universiteit van Bayreuth, 2002).

    Doel van de studie
    Het doel van deze studie was om de effecten van EMS-training op urine-incontinentie te onderzoeken.

    Methodologie
    De aanwezigheid, het type en de intensiteit van urine-incontinentieklachten werden onderzocht bij 49 personen met rugklachten met behulp van de oorspronkelijke en daaropvolgende vragenlijsten (GAUDENZ 1979). Een grotendeels lichte tot matige vorm van urine-incontinentie was aanwezig in 17 personen (15 vrouwen, 2 mannen) van gemiddeld 47 jaar. 10 sessies EMS-training, twee keer per week met een duur van 45 minuten, werden uitgevoerd met de volgende trainingparameters: pulsduur 4 s, pulsinterval 2 s, frequentie 80 Hz, stijgtijd 0 s, pulsbreedte 350 s. Tijdens dit proces volgde steeds een periode van ongeveer 25 minuten training, waarin diverse statische oefenposities werden aangenomen, op een gewenningstijd van 10-15 minuten om de individuele pulssterkte aan te passen. De trainingsperiode werd afgesloten met een vijf minuten durende ontspanningsprogramma (pulsduur 1 s., frequentie 100 Hz, stijgtijd 0 s, pulsbreedte 150 s).

    Resultaten
    Een verlichting van urine-incontinentieklachten werd bereikt in 64,7% van de gevallen. 23,5% werd klachtenvrij. Een vermindering van de klachten deed zich voor bij 24,4% en 35,9% zag geen verandering. Deze resultaten kwamen overeen met de verbeteringen die als gevolg van incontinentiebehandelingen met speciale, lokale EMS behandelingen waren gemeld (zie Eriksen 1987, Sebastio 2000, Salinas Casado 1990, Meyer 2001).

    Conclusie
    Whole body EMS-training vormt een effectief trainingsysteem. Het bereikt therapeutische doelen, zoals verlichting van incontinentie- en rugklachten en preventieve doelen, zoals spieropbouw, verbeterd figuur, verbeteringen van de gemoedstoestand, vitaliteit, lichaamsstabiliteit en de algemene prestaties.

  • Universiteit van Bayreuth 2003

    Elektrische spierstimulatie als totale lichaamstraining - Multicenter studie over het gebruik van Whole body EMS in fitnesscentra

    Elektrische spierstimulatie als totale lichaamstraining - Multicenter studie over het gebruik van Whole body EMS in fitnesscentra

    (VATTER, J., Universiteit van Bayreuth, 2003; publicatie AVM Verlag, München 2010).

    Doel van de studie
    Het doel van dit artikel was om te ontdekken of in een veldtest positieve veranderingen met betrekking tot kracht, antropometrie, lichaamsgewaarwording, stemming, factoren voor de algemene gezondheid, rugpijn en incontinentie kunnen worden gerealiseerd door het gebruik van elektrisch gestimuleerde totale lichaamstraining.

    Methodologie
    In vier fitnesscentra werden 134 vrijwillige proefpersonen (102 vrouwen en 32 mannen) van gemiddeld 42,5 jaar oud onderzocht, getest en vergeleken met een controlegroep (n = 10) en voorafgaand aan en zes weken na de training onderzocht op basis van leeftijd en geslacht. Dit betrof de bepaling van de maximale kracht, uithoudingsvermogen, lichaamsgewicht, vetpercentage, omvang, frequentie en de intensiteit van de rug- en incontinentieklachten, alsmede van de algemene klachtensituatie, stemming, vitaliteit, lichaamsstabiliteit en lichaamsvorm.
    De 12 trainingsessies werden twee keer per week uitgevoerd met de volgende trainingparameters: pulsduur / interval 4 s / 4 s, 85 Hz, rechthoekige pulsen, pulsbreedte 350 s. Een training van ongeveer 25 minuten met statische oefeningen volgde op een gewenningsperiode van in totaal 10-15 minuten. De training werd afgesloten met een vijf minuten durend ontspanningsprogramma (pulsduur 1 s, pulsinterval 1 s, 100 Hz, rechthoekige pulsen, pulsbreedte 150 s).

    Resultaten
    Bij 82,3% verminderde de rugpijn, 29,9% was na afloop vrij van symptomen. 40,3% klaagde vooraf over chronische pijn en 9,3% na afloop. 75,8% zag verbetering van de incontinentie, en 33,3% was na afloop vrij van symptomen. Het aantal medische aandoeningen was sterk verminderd (ongeveer 50%). Maximale kracht steeg 12,2%, en spieruithoudingsvermogen 69,3%. Vrouwen profiteerden in een grotere mate dan de mannen (13,6% versus 7,3%). 18 personen beëindigden de training voortijdig. Er werden geen veranderingen geconstateerd in de controlegroep.
    Lichaamsgewicht en BMI bleven nagenoeg gelijk. Het percentage daalde 1,4% in de trainingsgroep, maar steeg 6,7% in de controlegroep. De jongere personen die de training ondergingen verloren meer gewicht dan de oudere; er kwamen geen andere geslachts- of gewichtgerelateerde variaties naar voren. Onder de vrouwen in de training nam de omvang aanzienlijk af op de borst (-0,7 cm), dij (-0,4 cm), taille (-1,4 cm) en heupen (-1,1 cm). Onder de mannen nam de taille af (-1,1 cm) met een gelijktijdige groei van de bovenarm (+1,5 cm), borst (+1,2 cm) en dij (+0,3 cm). De controle groep toonde geen verbetering, en bij hen namen taille en heupen in omvang toe gedurende dezelfde periode.
    Lichaamsgevoel verbeterde, waarbij 83,0% minder spanning vertoonde, 89,1% meer stabiliteit, en 83,8% betere prestaties. 86,8% zag positieve effecten in het figuur. 90,0% van de deelnemers ervoeren de training als positief. Hoge intensiteiten gaven meer significante verbeteringen voor patiënten met klachten, maar daarbij kwam meer spierpijn voor.

    Conclusie
    Whole body EMS-training vormt een overtuigende methode om vaak voorkomende rug- en incontinentieklachten te verminderen. De toename van kracht komt overeen met wat men ervaart bij conventionele krachttraining en is in sommige opzichten zelfs superieur. Het feit dat figuur en gemoedstoestand verbeteren is aantrekkelijk voor mannen en vrouwen van alle leeftijden. Dus is whole body EMS een effectieve vorm van trainen en aantrekkelijk voor een breed spectrum aan doelgroepen.

  • Duitse Sport Universiteit van Keulen 2008

    Trainingseffecten op de korte en lange termijn van mechanische en elektrische stimulatie op krachtgerelateerde diagnostische parameters.

    Trainingseffecten op de korte en lange termijn van mechanische en elektrische stimulatie op krachtgerelateerde diagnostische parameters.

    (Speicher, U. / Nowak, S. / Schmithüsen J. / Kleinöder, H. / Mester, J., Duitse Sport Universiteit van Keulen, 2008;.o.a. gepubliceerd in "medical sport-netwerk" 04/2007)

    Doel van de studie
    Het doel van deze studie was om klassieke methodes van krachttraining te vergelijken met een dynamische whole body EMS-training wat betreft hun effecten op kracht en snelheid.

    Methodologie
    80 sport-studenten werden verdeeld in gelijke trainingsgroepen voor hypertrofie, maximale kracht, snelheid en spieruithoudingsvermogen, de moderne procedure voor whole body EMS en vibratie, evenals twee gemengde groepen whole body EMS/ hypertrofie en vibratie/hypertrofie. De klassieke trainingsgroepen voerden de leg curl en leg extension spieroefeningen uit op (Gym80) machines in series van 3 met verschillende toegevoegde gewichten (30-90%, 3-15 herhalingen). De EMS groepen maakten zijstappen en kniebuigingen zonder extra gewicht (load/interval 6 s/4 s, pulsfrequentie 85 Hz, puls breedte 350 microseconde, bipolaire rechthoekige puls -60% intensiteit). Standaardisatie gebeurde met behulp van visuele biofeedback. De training vond twee keer per week plaats gedurende een periode van 4 weken. Begin- en eindtests werden voor en na de training uitgevoerd op krachtdiagnostische apparatuur, evenals na een twee weken durende regeneratiefase. De dynamiek werd gemeten door middel van prestatie (kracht x snelheid) met 40% en 60% extra belasting onder verschillende hoeken.

    Resultaten
    Alle vormen van krachttraining waren in staat om de maximale prestaties aanzienlijk te verbeteren. Maximale kracht was het meest toegenomen, binnen de hypertrofie groep (16%), gevolgd door 9-10% voor EMS. Alleen de EMS-groepen vertoonden een significante verbetering in snelheid. De gemeten snelheid verbeterde met ongeveer 30% - significant meer dan door klassieke methodes (16-18%). Dit is blijkbaar te wijten aan de directe invloed van EMS op de fast-twitch spiervezels.
    Gemengde trainingsprogramma´s, zoals EMS in combinatie met klassieke hypertrofie training, tonen de typische veranderingen die het gevolg zijn van beide trainingstimulaties (maximaal 7% toename in kracht en 12% verbetering van de prestaties).Combinaties van klassieke en moderne trainingsprocedures kunnen dus leiden tot nieuwe, veelbelovende stimulerende configuraties. De lange-termijn effecten van whole body EMS dienen extra te worden benadrukt. De grootste vooruitgang in prestatie doen zich voor na een herstelperiode van twee weken.

    Conclusie
    In vergelijking met andere soorten training die kracht en snelheid doen toenemen, blijkt een dynamische whole body EMS-training met miha bodytec een zeer effectieve trainingsmethode te zijn. Whole body EMS was de enige vorm van training die in staat was om de snelheid van bewegen bij maximale sportprestaties te verbeteren. Bovendien bieden de duidelijke effecten op de lange termijn nieuwe mogelijkheden als het gaat om trainingsfrequentie. Een zorgvuldig gedoseerde hoeveelheid whole body EMS-training in combinatie met dynamisch uitgevoerde bewegingen vormt zo een veelbelovende combinatie in kracht- en snelheidstraining.

  • Universiteit van Erlangen-Neurenberg 2009

    Het effect van whole body elektrostimulatie op de stofwisseling in rust, antropometrische en spierparameters van ouderen. De Training en Electromyostimulatie test

    Het effect van whole body elektrostimulatie op de stofwisseling in rust, antropometrische en spierparameters van ouderen. De Training en Electromyostimulatie test

    (Kemmler, W. / BIRLAUF, A. / VON Stengel, S., Universiteit van Erlangen-Neurenberg 2009).

    Doel van de studie
    Vooral bij vrouwen na de menopauze doet zich een substantiële verandering voor in de lichaamssamenstelling, met een toename in het abdominale lichaamsvet en een overeenkomstige vermindering van de spiermassa. Om deze trend tegen te gaan springt whole body electromyostimulatie training tegenwoordig in het oog als een alternatief voor conventionele spiertraining; het belast zowel het orthopedische als het hart- en bloedvatenstelsel minder bij een relatief lage trainingsintensiteit. Het doel van deze pilot studie was het vaststellen van de toepasbaarheid en haalbaarheid van EMS training bij ouderen en om de effectiviteit van deze vorm van training op antropometrische, fysiologische en spierwaarden te bepalen.

    Methodologie
    30 postmenopauzale vrouwen met veel trainingservaring werden willekeurig toegewezen aan een controlegroep (CG: n = 15), waar ze doorgingen met hun training als normaal, of een EMS-groep (n = 15), die elke vierde dag een 20 minuten whole body EMS-training uitvoerde, evenals tweemaal per week een training voor kracht en uithoudingsvermogen. De belangrijkste antropometrische gegevens (gewicht, lengte, percentage lichaamsvet, buikomvang, enz.) werden bepaald, evenals de stofwisseling in rust en VO2.

    Resultaten
    Het metabolisme in rust toonde een significante verlaging in de CG (-5,3%, p = 0.038) en geen wijzigingen (-0,2%, p = 0,991) in de EMS-groep. Ondanks een gemiddeld resultaat (ES: 0,62), verschenen er uitsluitend ontwikkelingen zonder significante verschillen tussen de EMS-groep en de CG-(p = 0,065). De cumulatieve waarde voor de dikte van de huidplooien daalde significant in de EMS-groep (p = 0,001) met 8,6%, in vergelijking met een lichte, onbelangrijke toename in de controlegroep (1,4%), een verschil dat statistisch significant bleek te zijn (p = 0,001, ES: 1,37). De tailleomtrek, een criterium voor abdominale vetzucht, daalde bij de EMS-groep significant (p [gt] 0,001) met -2,3% (vs CG: +1,0%, p = 0,106). Het overeenkomende gemiddelde verschil met de tussengroep bleek significant te zijn (p = 0,001, ES: 1,64).

    Conclusie
    Samenvattend, verbeteringen in functionele parameters zoals maximale kracht en snelheid zijn aangetoond, evenals gezondheidsrelevante effecten op de lichaamssamenstelling. Daarnaast werd bij deze groep goed getrainde, post-menopauzale vrouwen EMS-training in hoge mate geaccepteerd. Dus, afgezien van de doeltreffendheid ervan, lijkt ook de uitvoerbaarheid van dit type training verzekerd.

  • Universiteit van Erlangen-Neurenberg 2009

    De invloed van een aanvullende EMS-training op de lichaamssamenstelling en risicofactoren voor hart- en vaatstelsel bij oudere mannen met een metabool syndroom

    De invloed van een aanvullende EMS-training op de lichaamssamenstelling en risicofactoren voor hart- en vaatstelsel bij oudere mannen met een metabool syndroom

    (KEMMLER, W. / BIRLAUF, A. / VON STENGEL, S., Erlangen-Nürnberg Universiteit 2009).

    Doel van de studie
    
Sarcopenie en (abdominale) vetzucht zijn nauw verbonden met sterfte, het voorkomen van verschillende chronische ziektes en zwakheid bij ouderen. Het doel van deze studie was om te bepalen in welke mate whole body electromyostimulatie training (WB-EMS) de lichaamssamenstelling en risicofactoren voor hart- en vaatstelsel kan beïnvloeden bij oudere mannen met een metabool syndroom.

    Methodologie

    Naar willekeur werden in totaal 28 mannen met een metabool syndroom volgens IDF (69,4 ± 2,8 jaar) uit de omgeving van Erlangen toegewezen aan een controlegroep (CG: n = 14) of een WB-EMS groep (n = 14). De 14 weken durende WB-EMS training bestond uit een 30 minuten durend programma voor uithoudingsvermogen en kracht waarbij om de 5 dagen EMS werd toegepast. Parallel daaraan onderging de controlegroep whole body vibration training gericht op "het verhogen van de flexibiliteit en het welzijn."
De abdominale en totale vetmassa van het gehele lichaam, evenals de spiermassa van de armen en benen (ASMM) werden geselecteerd als primaire eindpunten. Secundaire eindpunten waren de parameters van het metabool syndroom volgens IDF (tailleomtrek, glucose, triglyceriden, HDL-cholesterol, systolische en diastolische bloeddruk).

    Resultaten

    Bij een hoog resultaat (ES: d`= 1,33) vertoont de verandering in de abdominale vetmassa significante verschillen (p = 0,004) tussen WB-EMS en CG (-252 ± 196 g, p = 0,001 vs -34 ± 103 g, p = 0. 330). Parallel hieraan verminderde het totale lichaamsvet met -1,350 ± 876 g (p = 0,001) in de WB-EMS groep en -291 ± 850 g (p = 0,307) in de CG (verschil: p = 0,008, ES: d`= 1,23). De ASMM toonde significante verschillen (p = 0,024, ES: `d = 0,97) tussen de EMS groep en whole body vibration controlegroep (249 ± 444 g, p = 0,066 vs -298 ± 638 g, p = 0,173). Met uitzondering van een significant verschil tussen de groepen (p = 0,023, ES: d `= 1.10) voor de tailleomtrek (EMS: -5,2 ± 1,8 cm, p = 0.001 vs CG: -3,3 ± 2,9 cm, p = 0,006), waren geen verdere effecten te zien op de parameters van het metabool syndroom (zie boven).

    Conclusie
     Bij een laag trainingsvolume (ongeveer 45 minuten/week) en een korte interventieperiode (14 weken), vertoont whole body EMS training significante effecten op de lichaamssamenstelling van ouderen. WB-EMS dus kan een goed alternatief zijn voor een conventioneel trainingsprogramma voor mensen met een verlaagde hart- en orthopedische capaciteit.

  • Bad Oeynhausen Hart Kliniek, Herz 2010

    Electromyostimulatie (EMS) bij hartpatiënten. Wordt EMS training significant voor secundaire preventie?

    Electromyostimulatie (EMS) bij hartpatiënten. Wordt EMS training significant voor secundaire preventie?

    (Fritzsche, D. / Fruend, A. / Schenk, S. / Mellwig, K.-P. / Kleinöder, H. / Gummert, J. / Horstkotte, D., Bad Oeynhausen Hart Kliniek, Herz 2010; 35 (1 ): 34-40)

    Doel van de studie
    De opvatting dat matige duurtraining als onderdeel van secundaire preventie de prognose voor chronisch hartfalen verbetert is voldoende gevalideerd. Op basis van ervaring konden echter slechts een paar goed begeleide, zeer gemotiveerde en vooral jongere patiënten in de klinische praktijk worden bereikt met een complementaire sporttherapie voor langere tijd. Onze eigen ervaring met whole body electromyostimulatie op patiënten met hartfalen toont een tot nu toe onverwacht potentieel voor de regeneratie van ziektesymptomen van de neurotransmitters, ontstekings- en skeletspieraandoeningen binnen de context van CHI systemische ziekte. Tegen deze achtergrond werden het effect en de acceptatie van whole body EMS bij patiënten met hartfalen onderzocht.

    Methodologie
    15 patiënten met een bevestigde diagnose van CHI volgden een 6 maanden durend trainingsprogramma (totale lichaam EMS) met een miha bodytec apparaat. De stimulatieparameters werden vastgesteld d op 80 Hz en 300 ps met een 4 s puls en 4 s pauze gedurende 20 minuten, gevolgd door een cooldown periode in de 100 Hz range. De patiënten kozen zelf de amplitude (mA), en het subjectieve gevoel van "spiercontractie/ stroomsensatie" werd vastgesteld op stap 8 van een tien-stappen schaal. De specificaties waren 40-70 herhalingen in het hoofdgedeelte, met oefeningen in isometrische uitgangsposities en met dynamische bewegingen. Efficiëntie van het hart- en vaatstelsel werd beoordeeld in een test voor aanvang en in de derde en zesde maand van de training, door middel van spiroergometrie, elektrocardiografie (ECG) en echo; de metabole situatie werd bepaald, waaronder creatine kinase (CK) en lactaat dehydrogenase (LDH), evenals het gewicht en de verdeling van het lichaamsvet (impedantie schaal).

    Resultaten
    Een toename tot 96% van de zuurstofopname bij de anaerobe drempel kon worden aangetoond (VO2AT 19,39 [± 5,3] ml/kg lichaamsgewicht [BW] voor aanvang van de training; VO2AT 24,25 [± 6,34] ml kg lichaamsgewicht aan het einde van de trainingsfase; p [lt] 0,05). De diastolische bloeddruk daalde significant (psyst [lt] 0,05; pdiast [lt] 0,001), spiergroei nam tot 14% toe op constant gewicht. De trainingsmethode werd 100% geaccepteerd (geen drop-outs). De patiënten gaven aan dat hun subjectieve vermogen significant toegenomen was.

    Conclusie
    Voor de eerste keer toonde het onderzoek het effect van EMS-training op patiënten met hartinsufficiëntie aan. De verbetering van de objectieve beoordeling van hun capaciteit en optimalisatie van de spierfysiologische en metabole waarden overtroffen veruit de resultaten van traditionele vormen van aerobe training voor basis- en secundaire revalidatie van het hart- en vaatstelsel bij patiënten met CHI. De vorm van de geselecteerde training biedt veel mogelijkheden voor de behandeling van patiënten met hartinsufficiëntie.